De Schola stelt zich ten doel het authentieke Gregoriaans als kostbaar cultureel en liturgisch erfgoed te bewaren, te propageren en – door het in deze tijd te plaatsen – ook te actualiseren.

Gregoriaans zingen

Wij zingen graag gregoriaans, goed gregoriaans. Juist daarom stellen we ons ten doel de gregoriaanse zang te bestuderen en te beoefenen. We brengen gezangen ten uitvoer en bevorderen de belangstelling bij anderen voor deze muziek.

Ons doel willen we bereiken door: werving en opleiding van zangers, het houden van repetities en audities, het verzorgen van uitvoeringen, het deelnemen aan muziekconcoursen, het opluisteren van vieringen, het geven van cursussen, het voorzien in publicaties en het bewaren van het gregoriaans als cultureel erfgoed.

We willen een bijdrage leveren aan het behoud van het authentiek Gregoriaans als kostbaar cultureel erfgoed. Behoud van het Gregoriaans is allereerst gediend met het zingen ervan. Zonder uitvoeringspraktijk geen levend Gregoriaans. Met een zo oorspronkelijk mogelijke uitvoering van gregoriaanse gezangen, zowel concertmatig als binnen liturgisch kader, wil de schola

  • haar toehoorders de zuivere schoonheid, rijkdom en weldadige werking van deze eeuwenoude liturgische gezangen laten ervaren,
  • de belangstelling voor deze muziek bevorderen

en tenslotte de bekendheid van deze muziek vergroten.

Behalve door middel van optredens en uitvoeringen wil de schola ook met de verkoop van CD’s, de uitgave van het boek van Augustinus Hollaardt O.P. over Gregoriaanse gezangen en een door de schola beheerde website bijdragen aan het behoud van het Gregoriaans als cultureel erfgoed. Op de website zijn luistervoorbeelden opgenomen die ook in voornoemd boek beschreven worden.

Om de gregoriaanse gezangen ten gehore te kunnen brengen op een wijze zoals de componisten destijds vermoedelijk voor ogen heeft gestaan, wordt in schola-verband studie gemaakt van de semiologie, de leer die zich bezighoudt met de verklaring van de tekens (neumen) zoals die in de handschriften boven de teksten zijn vermeld. Deze geven weinig nauwkeurige informatie over de melodie, maar des te meer over de ritmiek die bij het zingen moet worden betracht. De schola baseert zich in haar studie  op vroegmiddeleeuwse handschriften en plaatst  zich daarmee in de traditie van Solesmes en de daar begonnen restauratie van het Gregoriaans.  

Voor een adequate uitvoeringspraktijk dienen de zangers niet alleen te beschikken over goede zangtechnische vaardigheden, maar ook over kennis van semiologie en van liturgische aspecten. Liturgisten hoeven de scholazangers niet te zijn, maar ze moeten wel bekend zijn met de plaats en functie van gezangen in de liturgie.

De naam van het koor

Karolus Magnus is uiteraard een verwijzing naar Karel de Grote, die in zijn tijd de uniformiteit in de liturgie en de verspreiding van het Gregoriaans in West-Europa bevorderde maar tevens naar de keizer Karelstad Nijmegen, waar Karel de Grote zich destijds dikwijls in zijn burcht aan de Waal ophield. De lange en rijke traditie van gregoriaans zingen in de vele kerken van Nijmegen en omgeving hebben een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan en de ontwikkeling van het huidige koor.

De Vereniging Schola Cantorum Karolus Magnus gregoriaans koor te Nijmegen heeft een vaste dirigent, Stan Hollaardt, 16 zangers en een bestuur. (lees meer)